Historie & Locatie

In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht in Drenthe door generaal Johannes van den Bosch die de armoedige gezinnen na de Franse overheersing wilde helpen een nieuw bestaan op te bouwen.

Ontstaan van de Kolonien

1818 - 1823

Johannes van den Bosch

Aan het begin van de 19e eeuw leefde Nederland in grote armoede. Het land was net verlost van de Franse overheersing en veel mensen waren werkloos of kwamen rond van een hongerloontje. Johannes van den Bosch richtte daarom in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid op, met geld van de rijken. Hij kocht daarvan een groot stuk woeste grond op in Drenthe en liet de werklozen het ontginnen. Het gebied werd vervolgens verdeeld onder het aantal arbeiders, die er elk ook onderdak kregen. Er ontstonden zo een hoop kleinbedrijven en daarmee was onder andere de vrij kolonie Frederiksoord gesticht. In 1819 werd er voor verplicht onderwijs gezorgd en in 1823 werd zelfs een ziekenfonds opgericht.

De Kolonien in de 20ste eeuw

1910 - 1980

Koloniewoning van de Maatschappij van Weldadigheid

Tot 1910 worden nog mensen opgenomen in het kader van de armoedebestrijding, daarna gaat de Maatschappij zich toeleggen op beheer en exploitatie van haar bezittingen. In de periode 1920 tot 1980 worden veel bezittingen verkocht, waaronder geheel Willemsoord. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw wordt het besef van cultuur historie erg belangrijk. Veel gebouwen komen op de Rijksmonumentenlijst en de Maatschappij besluit in principe geen gebouwen meer te verkopen. Het behouden en ontwikkelen van het cultuurhistorische erf- en gedachtegoed wordt steeds belangrijker.

200 jaar weldadigheid

2018

Frederiksoord mogelijk UNESCO werelderfgoed in 2018

In 2018 bestaat Frederiksoord 200 jaar! De Maatschappij van Weldadigheid viert dan ook zijn verjaardag.

Bovendien zijn de koloniën Frederiksoord, Willemsoord, Wilhelminaoord, Boschoord, Veenhuizen, Ommerschans, Wortel en Merkplas bij UNESCO voorgedragen voor Wereld erfgoed. Een transnationale, seriële voordracht.
In 2018 neemt UNESCO hierover een besluit.